
Bij ons in de straat is een nieuw café geopend en het is precies wat ik nodig heb. Ze maken er goede espresso, er is een open keuken (ik ben geen kenner, maar iemand vertelde me ooit dat alleen goede koks zich op hun vingers laten kijken door de gasten), ze draaien er fijne muziek en er wordt niet gerookt - wat een verademing blijkt te zijn. Maar het mooiste is misschien nog wel de naam: 1900. Dit café kortom, solliciteert ongegeneerd naar de functie van mijn tweede huiskamer.
Een paar dagen geleden zat ik aan de leestafel te bladeren in de Youp. Ik was inmiddels aangekomen bij een artikel over zijn diepgewortelde liefde voor het bruisende Amstelveen (“Het is moeilijk uit te leggen, Amstelveen is emotie. Pure emotie”), toen schuin tegenover me een oude man kwam zitten. Hij deed zijn jas uit, zoals alleen oude mannen dat kunnen, tergend langzaam, en pakte een krant van de stapel. Ik vroeg me af of hij toevallig in de buurt was geweest en daarom nu tegenover me zat en de eerste slok van zijn bier nam. Maar het leek waarschijnlijker dat hij in de buurt woont en net als ik eens de sfeer kwam proeven. Met een langzame hand veegde hij het schuim uit zijn snor. Ik schatte hem een jaar of zesentachtig.
Er komt een leeftijd dat je niet goed meer aan mensen kunt zien hoe oud ze zijn. Ik ken iemand van zeventig, wiens gezicht nog het meeste lijkt op de mummie van Toetanchamon (en die heeft na 3500 jaar tenminste een goede reden om er zo uit te zien). Maar als ik kijk naar mijn grootvader van tweeënnegentig, dan zie ik dezelfde man als tien jaar geleden. Daarom kijk ik altijd naar handen. Handen liegen niet. Mensen kunnen van alles uitspoken met hun gezicht om de illusie van jeugd in stand te houden, maar in hun handen zie je de waarheid. In de dunner wordende huid, de ouderdomsvlekken en de donkere aders die als rupsen aan de oppervlakte liggen.
Ik gaf de man mijn vriendelijkste ‘ik zie u zitten hoor, u bestaat nog’ knikje. Hij knikte terug en wenkte de ober. Die noemde bij gebrek aan een tastbare kaart (je bent net open of je bent het niet) even alle gerechten uit zijn hoofd op. Ik zag het mis gaan: “Wat was nou dat tweede voorgerecht dat u noemde? En wat zat er bij de tournedos? O, dus dat is geen hoofdgerecht?” Maar de jongen van de bediening nam alle tijd en uiteindelijk werd het een stamppot, die hij niet lang daarna opat zoals alleen oude mannen dat kunnen, tergend langzaam.
Toen ik even later met tegenzin de honderd meter naar huis aflegde – want na de eerste keer de kou in en je net weer was opgewarmd, is de tweede keer nog erger – speet het me dat ik de oude man niet even had aangesproken. Ik nam me voor hem de volgende keer te vragen naar zijn levensverhaal, of in ieder geval zijn leeftijd. Deze week heb ik iedere avond even naar binnen gekeken, maar hij zat er niet. Ik blijf hopen dat hij in de buurt woont en snel weer eens de sfeer komt proeven. Of de stamppot.
19 december 2007
Negentienhonderd
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

8 opmerkingen:
1900, where everybody knows your name
Ik schatte hem een jaar of zesentachtig: haha, dat kun jij aan iemands handen zien??
Groetjes Anne
Toch knap. Na een bepaalde leeftijd wordt schatten moeilijk. Maar toch zeg je zesentachtig. Niet vijfentachtig. Of negentig.
Maar ik wil 1900 wel eens willen leren kennen. Nu ik het zeg. Misschien was de man wel 107, bijna 108.
Mooi!
Grappig, de magie van het jaartal 2000 in de jaren '80 en '90, vinden we nu in 1900? Mooi! Wanneer gaan we?
Misschien dat ie een hapje kwam eten in het restaurant dat als naam zijn geboortejaar had. Dan zouden er op zijn handen behoorlijk wat vlekjes moeten zitten denk ik zo...
Wat lief dat je tegen hem had willen praten. Goed zo Niels.
Tja.. wat moet ik zeggen.. in de sfeer van de kerst is ie heel mooi. Anders ook.
RteB
Een reactie posten