Nu moet het maar eens gaan gebeuren. Ik loop tegen de 30, een leeftijd waarop je af en toe in de spiegel naar jezelf staat te kijken en denkt: wat ben ik nou, wat wíl ik nou met mijn leven. Gisteren heb ik besloten dat ik het anders ga doen. Nou ja, niet fundamenteel anders. Ik stop niet met werken om gewapend met backpack en fotocamera de wereld te bereizen. En ik word ook geen circusartiest; op tournee door Oost-Europa, met een dansende beer als beste vriend. Ik verkoop mijn huis niet en zeg evenmin mijn baan op. Nee, wat ik bedoel is 'lente anders’. Op de eerste echt mooie dag van het jaar fiets ik door Amsterdam en laat mijn gedachten de vrije loop. Terwijl in Haarlem een man met zijn twee zoontjes voor de trein springt – tot zover de actualiteit in dit verhaal – passeer ik jonge moeders achter kinderwagens en vraag me af: wanneer wil ik achter een kinderwagen lopen? Op het Leidseplein passeer ik de schouwburg. De voorbereidingen van het boekenbal zijn in volle gang. In gedachten zie ik mezelf aan Joost Zwagerman uitleggen wanneer ik mijn nieuwe roman verwacht te publiceren. Voorlopig ben ik dichterbij het opnemen van zijn bestelling. Dat is het moment; gesteund door de laatste zonnestralen neem ik me plechtig voor vanaf nu te doen wat mijn hart me ingeeft. Schrijven. Pianoles nemen. En een minnares. Over een paar jaar zal ik op het boekenbal desgevraagd verwijzen naar een warme maandag in maart, waarop ik besloot al mijn dromen waar te maken. Maar met het ondergaan van de zon, verbleekt ook mijn overtuiging. Er waait een koude wind als ik mijn straat in fiets. En terwijl ik de deur achter me dicht sla, besef ik: de lente laat nog even op zich wachten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten