21 maart 2007

Toast met jam

De afgelopen dagen werd het me weer schrijnend duidelijk: de meeste dingen in het leven waren gewoon leuker toen ik nog kind was. Sinds een paar dagen ben ik gevloerd door een ordinaire griep. Vroeger betekende de griepdiagnose het begin van een paar dagen onbezorgd films kijken, toast met jam en thee op bed of de bank. Ok, ik moest er wel een nachtje ijlen voor over hebben, waarin ik steevast te maken kreeg met een gorilla maatje King Kong. Nadat mijn vader me wakker had gekregen, een exercitie die met gemak een half uur kon duren, wist ik: nu nog even die koude thermometer erin en het feest kan beginnen. De vijfsterrenbehandeling waar mijn moeder om bekend stond betekende altijd kraakfrisse lakens en pyjama, het vertonen van The Neverending Story en liters ijskoude appelsap (die er grappig genoeg precies hetzelfde weer uitkwamen). Maar het allermooiste van ziek zijn in die dagen was nog wel het moeiteloze instromen op school na een week afwezigheid. Je zei 'hoi' tegen je klasgenoten en deed je rekenboek open op pagina 48, net zo makkelijk. Hoe drastisch anders is de wereld nu? Met griep wakker worden betekent zwetend in je bed liggen - alleen - terwijl het leven buiten aan je voorbij gaat en zich een groot knagend schuldgevoel van je meester maakt over al het werk dat zich opstapelt. Verplichtingen die overigens ongeduldig op je liggen te wachten als je na drie dagen, nog steeds hoestend en vooral niet uitgeziekt, weer aan het werk gaat. Niemand die een sinaasappel voor je perst, thee voor je zet of je kussen opschudt en dus vind je jezelf ineens terug op de bank, starend naar een belspel van sbs6 (zoek de 2 verschillen; ik zie ze altijd meteen) met een koude toast in je hand. Veel treuriger wordt het niet. Het besef dat het nooit meer wordt als vroeger blijft hard aankomen. Het is als kijken naar de zoveelste herhaling van The A-Team; de magie van weleer heeft z'n glans verloren. Het verbaast me dan ook nauwelijks dat ik mijn voormalige helden om drie uur 's middags tegenkom op rtl4. Dat kan er ook nog wel bij. De boodschap is duidelijk. Morgen ga ik weer aan het werk, griep of geen griep. En tegen beter weten in hoop ik dat ik dan in plaats van een stapel werk mijn oude rekenboek op m'n bureau vind. Dan zeg ik mijn collega's gedag en sla het open op pagina 48, net zo makkelijk.

Geen opmerkingen: