13 april 2007

San Gimignano

In de Sant'Agostino van San Gimignano vraagt een klein Italiaans vrouwtje me of ik Jezus ben. De zon trekt stofbanen door het kerkje. Buiten is het heet, maar de stenen vloer verspreidt een aangename koelte. Het ruikt er naar vocht en wierook.
Het oude dametje heeft een gelooide huid. Diepe groeven maken haar gezicht streng en doorleefd. Ze is vroeger mooi geweest; je ziet het nog in haar donkere ogen. Haar kleindochter komt aangesneld, pakt haar bij de arm en verontschuldigt zich voor de vraag die haar grootmoeder me zojuist gesteld heeft. Ik knik, glimlach geruststellend en zeg in mijn beste Italiaans dat het goed is. De ogen van de oude vrouw worden opnieuw groter, terwijl ze zich met tegenzin laat wegvoeren. 'Lo รจ, il mio Signore!' hoor ik haar sputteren. Het meisje legt haar vinger over haar lippen, 'Nonna basta!' Mooie vinger, mooie lippen. Het geluid van haar hakken galmt door de kerk.
Terwijl ze haar grootmoeder door de hoge deuren begeleidt, draait ze zich om en lacht even naar me. Ik lach terug. Dan knijpt ze met haar ogen en kijkt naar me door de spleetjes, alsof ze wil achterhalen wat nonna precies heeft gezien. Met een zwaar geluid valt de houten deur achter haar dicht.
Ik wil het haar vertellen. Maar mijn Italiaans is niet goed genoeg om haar uit te leggen dat het een wonderlijke samenloop van omstandigheden was. Dat ik naar het zoveelste fresco van het laatste avondmaal stond te kijken. Dat ik nu eindelijk dacht 'de gelijkenis is treffend'. En dat ik in de zon stond te staren, omdat er van boven in de kerk, door het kleinste raampje in het dak, een zonnestraal precies op mijn gezicht viel. Waardoor mijn baard glansde in een blondrode gloed. Dat haar grootmoeder hetzelfde fresco stond te bewonderen en daarna met grote ogen naar mij keek.
Ik strijk met mijn vingers door mijn baard. Vier maanden al. Is dat lang genoeg? Over een paar weken sta ik op het podium. We spelen Jesus Christ Superstar.

Geen opmerkingen: