9 augustus 2007

Perugia Saudade

27 juli

Op het Piazza Grande van Perugia drinken we Prosecco. Het is elf uur ’s avonds en de stad bruist. Het centrum staat in het teken van ‘Perugia Saudade’. De hoofdstad van Umbrië verdrinkt in fado. Nederland leek nog nooit zo ver weg. Het plein staat vol met muziekliefhebbers, Italiaanse jongelingen en bohémiens (een mooi woord voor krakers met honden).
Mijn moeder en ik luisterden eens naar de Messiah van Handel, toen ze zei: “Hoor je deze vrouw zingen? Dat is een man.” De verontwaardiging droop van mijn gezicht. Ik ontkende in alle toonaarden en de lp-hoes moest eraan te pas komen om me te overtuigen.
Ik ben nu twintig jaar ouder, maar weer even verbaasd als Frederike opmerkt: “Hoor je deze fadozangeres? Dat is een zanger.” Ik sta op en kijk over de hoofden naar het podium (iets dat me in Italië nog gemakkelijker afgaat dan in Nederland). Dit keer zijn er geen 45 toeren nodig om me te overtuigen. Mijn ‘zangeres’ heeft een baard waar de kerstman jaloers op zou zijn. Anders dan toen, overheerst nu de bewondering. Dat komt vast doordat ik ouder ben. Maar vooral door de warme wind die door de straten van Perugia waait, waarop de melancholische tonen van Portugese volksmuziek tot ver buiten de stadsmuren worden meegedragen. En zowel fadoliefhebbers, Italiaanse pubers, krakers als twee verdwaalde toeristen even alles om zich heen vergeten.

Geen opmerkingen: