
Deze week vond ik bij ons in de straat een mapje met autopapieren, een theaterbon van 25 euro en een visitekaartje. Het lag allemaal keurig op straat uitgespreid, op een paar meter afstand van de bijbehorende auto. Omdat ik vermoedde dat maar weinig mensen het zouden waarderen als ik om half één ’s nachts steekproefsgewijs op zoek zou gaan naar de juiste bel (alles wees er tenslotte op dat de eigenaar van de auto zich niet ver van de vindplaats bevond), besloot ik een briefje onder de ruitenwisser te schuiven.
Ik was al bijna thuis, toen zich ineens het beeld opdrong van ongure types met leren jassen, die in het holst van de nacht bij ons zouden komen aanbellen om ‘hun papieren’ op te halen. Waarna zij de auto de volgende ochtend bij een postkantoor in Arnhem op hun naam zouden zetten, op weg naar Oekraïne. En dus ging ik terug. De straat was nog altijd in diepe rust.
Toen ik even later, blij met mezelf over zoveel slimmigheid, met het briefje in mijn zak thuiskwam, lag de oplossing natuurlijk voor de hand. Ik zou 's ochtends het nummer op het visitekaartje bellen (erg praktisch, zouden meer mensen moeten achterlaten als ze iets kwijtraken) en vragen of degene aan de andere kant van de lijn de eigenaar was van een VW Golf met kenteken xx-xx-xx. Zo ja, dan zou ik een einde maken aan zijn martelende onzekerheid, door hem te zeggen dat ik zijn papieren had gevonden. En z’n theaterbon. Daarop zou hij mij door de telefoon omarmen voor zoveel barmhartigheid. Hij zou direct naar me toe zijn gerend, in slowmotion, waarbij de aanwezigheid van filmmuziek niet onwaarschijnlijk is. Niks ongure types met leren jassen. Niks Oekraïne. Hij had zijn auto nog! Hij zou me bedelven onder bloemen en complimenten voor mijn kordate optreden en in ieder geval, in íeder geval, zou ik die theaterbon mogen houden.
Maar zo reageerde hij niet. Sterker nog, hij had ze eigenlijk nog niet eens gemist. ‘Nou, nu meteen ging niet lukken’. Of ik ze vanavond anders even langs kon brengen. Hij kon ze eventueel ook wel op komen halen. Om half zeven ging de bel. Ik dacht: ‘misschien is ‘ie in het echt aardiger dan aan de telefoon’. Ik vertelde hem enthousiast over mijn nachtelijke avonturen, de autodieven, het briefje en Oekraïne. “Ze zijn zeker uit mijn zak gevallen”, was zijn enige antwoord, terwijl ik hem het bundeltje overhandigde. “Bedankt”. En weg was hij. Het visitekaartje heb ik voor straf gehouden. Niet bepaald zoete wraak. Had ik toch dat briefje maar onder de ruit gedaan.
Geplaatst in DAG op donderdag 18 oktober
12 oktober 2007
Papieren en leren jassen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

12 opmerkingen:
Haha mooi stukje Niels..
maar wat een ondankbare hond zeg..
volgende keer gewoon de theaterbon achter de hand houden en als ze dan weer zo reageren, net doen of je "neus bloed" ;)
groetjes
Van autopapieren via Arnhem naar de Oekra�ne, die gedachtengang van jou...
Koen
Heb een hekel aan mensen uit de Oekraine....
Rutger H.
Laat R. te K. dat maar niet horen!
En dan vinden mensen het gek dat de samenleving verhard, en we elkaar niet meer helpen... :)
Ik zeg: Niels for president! En volgende keer gewoon precies hetzelfde handelen, ik denk dat de meerderheid van de mensen wel enthousiast reageert. Dit was gewoon een botte l..
Jolijn
Niels, ik ben mijn autopapieren ook kwijt. Het moet ergens tussen Piemonte en de Ardennen zijn gebeurd... Ik beloof je een levenslang abonnement voor Theater op het Water als je ze zou vinden. Alvast bedankt! Groeten Rutger
Probeer jij je leven een beetje heldhaftig en filmachtig te maken, krijg je zo'n anti-climax aan de telefoon. Bah, wat stom.
ja R te K hier! Zeg, het is niet De Oekraïne, maar gewoon Oekraïne. Je zegt toch ook niet "de dieven reden via het Zwitserland naar de Spanje, waar R te B de auto voor een prikkie opkocht"??
Heel goed R te K! Dat zal die R te B leren.
De heler RteB heeft niet veel te schaften met R te K. Tenzij ze een nieuwe Ferrari voor een prikkie te koop heeft staan, van de vrachtwagen afgevallen welliswaar..
RteB
Belachelijk! Was iedereen maar zo nobel als jij. Gisteren nog zijn mijn sportschoenen uit het kratje van mijn fiets gejat. Ik had ze er vergeten uit te halen.
Kennelijk had iemand enorme behoefte aan stinkende schoenen van zes jaar oud.
Tsja...
Een reactie posten