
Sinds een paar weken komt vanuit de beuk aan de overkant van de straat zo nu en dan een grote kraai aangevlogen. Hij landt met krassende klauwen op het zink van de dakgoot, amper twee meter van mijn bureau. Nu is het volgens mij, vergeleken met zijn soortgenoten, inderdaad een uitzonderlijk groot exemplaar, maar van zo dichtbij is het alsof ik oog in oog zit met een zwarte gier. Het lijkt zelfs alsof de dakgoot een beetje doorbuigt onder zijn gewicht. Als ik erover nadenk is het eigenlijk een wonder dat 'ie überhaupt luchtwaardig is. Meestal schuift het beest wat heen en weer over de rand, een enkele keer hapt hij z'n bek vol prut uit de dakgoot en daarna laat hij zich in de diepte vallen.
Maar deze keer liep het anders. Het waaide bij vlagen zo hard, dat bladeren horizontaal aan mijn raam voorbij trokken. De lucht zag er donker en dreigend uit, maar het regende niet. Ik dacht: niet te lang wachten met naar huis fietsen. Dat soort weer dus. En plotseling zat 'ie er, uit het niets. Ik had hem niet zien aankomen. Hij was doorweekt. De veren op z'n kop stonden wild overeind en van zijn snavel vielen druppels. Regende het waar hij vandaan kwam? Maar wat vooral raar was: hij zat me aan te kijken. Ik wist me geen houding te geven. 'Hoi', zei ik. Het klonk belachelijk. Wie zegt er nou ‘hoi’ tegen een vogel. Hij hield zijn kop een beetje schuin, alsof hij wilde zeggen 'ik heb je wel door'. En daar zat ik dus, in een vleesgeworden versie van de bonte kraaiscène uit Boven is het stil, met een vogel die me op mijn vingers stond te kijken.
Hoe magisch het misschien ook is om eens diep in de zwarte ogen van een kraai te kijken, na een tijdje had ik er genoeg van. Op een gegeven moment slaat magisch om in confronterend en dan is de lol eraf. Ik sprong op van mijn stoel en liep met wilde armgebaren op het raam af. Mijn spanwijdte van bijna twee meter zou toch indruk op hem moeten maken. Hij keek me een paar tellen verbaasd aan, alsof hij dacht: 'wat een rare vogel'. Daarna liet hij zich in de diepte vallen. Aan de overkant van de straat stond iemand voor het raam terug te zwaaien.
25 oktober 2007
Wie zegt er nou 'hoi' tegen een vogel
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

10 opmerkingen:
i like a lot
behalve zinsdeel "krassende klauwen". net too much
Zijn z'n soortgenoten geen kauwen ?
hahah fantastisch stukje niels. ik wer meteen weer vrolijk vanmorgen na het lezen van je wederom herkenbare verhaaltje.
Kauwen, roeken, raven, keuze genoeg binnen de familie Corvidae.
Soet: he, ik wilde zo graag eens allitereren...
beetje flirten met de overbuurvrouw... mag daaaaaat?
Even over je Anders van vandaag: hierbij de Fokke en Sukke variant: F&S hebben groot nieuws... "Pakistan heeft toegezegd! 3000 nwe. Taliban-strijders!"
Gr Rutger
Hahahaha. Niets aan toe te voegen. Sprakeloos. Lovend. Verbaasd. Ja... zelfs een beetje opgewonden.
RteB
Koninklijk! Ik zit lachend - en met een mond vol tanden - achter de pc. Daarom maar een passend gedichtje over een gevleugelde soortgenoot en een (te) sluwe vos:
Maître Corbeau, sur un arbre perché,
Tenait en son bec un fromage.
Maître Renard, par l'odeur alléché,
Lui tint à peu près ce langage:
...
"Eh, bonjour, Monsieur du Corbeau.
Que vous êtes joli! Que vous me semblez beau!
Sans mentir, si votre ramage
Se rapporte à votre plumage,
Vous êtes le phénix des hôtes de ces bois."
...
A ces mots, le corbeau ne se sent pas de joie;
Et pour montrer sa belle voix,
Il ouvre un large bec, laisse tomber sa proie.
...
Le renard s'en saisit, et dit: "Mon bon monsieur,
Apprenez que tout flatteur
Vit aux dépens de celui qui l'écoute.
Cette leçon vaut bien un fromage, sans doute."
...
Le corbeau, honteux et confus,
Jura, mais un peu tard, qu'on ne l'y prendrait plus.
Haha, en weg was de kaas!
Als je nou gewoon vanaf het einde van dit blogje doorschrijft (je hebt al twee personages: een 'ik' en een 'iemand'), dan hoeft het helemaal niet tot 2015 te duren voor dat boek er is. Toch?
Dank Gerb! Mooie suggestie.
Een reactie posten