
Op de Afsluitdijk stond een harde wind uit het zuiden. Daardoor sloeg het water uit het IJsselmeer in witte golven op de stenen, alsof het naar buiten wilde, terug de zee in. Een paar meter daarboven hing een meeuw doodstil aan een onzichtbare lijn. We reden hard.
Ik ben in mijn leven maar een paar keer op de Afsluitdijk geweest. Misschien dat het water me daardoor opviel. Maar het kan ook het rapport van oud-minister Veerman zijn geweest, waarin hij ons waarschuwt voor de stijgende zeespiegel en de risico’s op een ondergelopen Nederland; waarbij mijn eigen Watergraafsmeer (-5,5 meter onder NAP) z’n naam eindelijk weer eer aan zou doen.
Ik liet mijn gas een beetje los en staarde over de Zuiderzee. Ik dacht aan een bericht dat ik had gelezen over een vader en zijn autistische zoon, die na een nacht watertrappelen uit de oceaan waren gered. De zoon was tijdens het zwemmen door de stroming naar open zee gesleurd en in een wanhopige poging zijn kind te redden, was de vader hetzelfde gebeurd. Daar dreven ze dan. Ik stelde me voor hoe hij zijn zoon gerust had proberen te stellen. Alles kwam goed, als ze maar rustig bleven. ‘Weet je nog wat je op zwemles hebt geleerd? Ze komen ons zo halen, nog heel even volhouden.’ Als die jongen een beetje goede autist is, ging dat natuurlijk het ene oor in en het andere uit. Die was ondertussen stoïcijns het aantal watertrappen aan het tellen. 687, 688, 689.
Maar niemand kwam en toen het donker werd staakten een kilometer verderop de hulpdiensten hun zoektocht. De machteloosheid van de vader inmiddels grenzend aan krankzinnigheid. Vooral toen zijn zoon, doodsbang waarschijnlijk (maar ik hoop eigenlijk nog steeds onverstoorbaar tellend), van hem afdreef tot ze elkaar niet meer zagen en ze het grootste deel van de nacht alleen moesten doorbrengen. Vechtend tegen de zwaartekracht, vechtend tegen het idee dat zijn kind op ieder moment ten onder kon gaan. Of hijzelf.
Het maakt de finale van dit avontuur alleen maar mooier: als ze de volgende ochtend ongeveer gelijktijdig uit het water worden gevist door reddingsboten. En ze een uur later tegenover elkaar staan. Waarop die jongen tegen zijn vader zegt: ’13.456’. Je kunt als vader een weekendje met je zoon gaan vissen of aan oude auto’s sleutelen om de band te versterken. Maar dat is allemaal kinderspel vergeleken met een nacht samen in de oceaan liggen.
Voor me remden plotseling auto’s, omdat één kant van de weg bleek afgesloten. Hoe kan het ook anders op de Afsluitdijk. Met een slinger reed ik weg van het water. In de verte lag Harlingen.
9 september 2008
13.456
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

2 opmerkingen:
"Als die jongen een beetje goede autist is, ging dat natuurlijk het ene oor in en het andere uit."
Geniaal.
RteB
Je zou het boek 'born on a blue day' eens moeten lezen. Een fantastisch (autobiografisch) verhaal over een autische jongen (Asperger) die ondanks/dankzij een andere 'afwijking' (synesthesie) zichzelf weet te ontwikkelen tot een sterk en sociaal persoon. Ook hij overleeft stressvolle situaties met behulp van getallen.
Een reactie posten