9 november 2007

Noordwesterstorm



Die boom tegenover mijn raam wil zijn bladeren niet kwijtraken. Ook nu de aanzwellende wind door zijn takken blaast, geeft hij geen krimp. In tegenstelling tot de hem omringende bomen, waarin soms nog maar een enkel blad hangt. Het gaat de komende dagen nog veel harder waaien. Zo hard, dat de Oosterscheldekering dicht gaat. We krijgen een ouderwetsche noordwesterstorm. Dat heeft iets heel moois vind ik, dat de Oosterscheldekering dicht gaat. Een dreigende stormvloed die het op onze kustbewoners heeft voorzien. Maar wij wapenen ons. Ik zie potige mannen met zuidwesters en een sigaret in de mondhoek, draaien aan stalen lieren, terwijl regen en wind hun gezichten geselen. Het water komt en wij sluiten de gelederen.

Harde wind heeft voor- en nadelen als je iedere dag met je fiets door de stad kruist. Nadelen vooral 's ochtends, omdat ik nu bijna een kwartier langer doe over de bekende route. Met mijn door de wind verwilderde kop lijk ik nog het meest op Hans Klok in actie, hoewel die vast een truc zou gebruiken om van A naar B te komen. Maar na het zuur komt het zoet. Op de terugweg haal ik namelijk astronomische snelheden. En het stomme is: ik ben onderweg steeds op zoek naar wedstrijdjes. En dan vooral met mijn gemotoriseerde medeweggebruikers. Snorfietsen zijn relatief makkelijk te pakken. Die kijken stoïcijns voor zich uit als je ze inhaalt, alsof het ze niet zoveel uitmaakt. Kan best zo zijn, maar ik kijk voor de gezelligheid toch even triomfantelijk opzij.

Tot vandaag had ik nog nooit overwogen de strijd aan te gaan met een échte brommer. Maar ik had goede benen, storm mee en voelde me overmoedig. Op de Churchilllaan reed ik samen met een scooter weg bij het stoplicht. Nu moest het gebeuren. Goed om te weten: je hebt één kans om een brommer in te halen en dat betekent niet doseren, maar vol gas erop en erover. Ik voelde mij als een cheetah in achtervolging op een gazelle; ik ging knalhard en ik ging het niet lang volhouden. Ik zat al bijna in z'n wiel toen ik een kapitale fout maakte: ik begon te denken. Plotseling drong tot me door hoe absurd dit eruit moest zien. Een kerel van twee meter in achtervolging op een scooter. Ik dacht aan Hans Klok. Langzaam begon ik terrein te verliezen. Eigenlijk wilde ik het al opgeven, toen ik moest denken aan de eigenwijze boom, die zijn bladeren niet kwijt wilde raken. Het was tijd om mijn reserves aan te spreken. Mijn benen werden potige mannen aan stalen lieren. Een laatste krachtinspanning. Het was noordwesterstorm en de Oosterscheldekering moest dicht.

Dat die scooter, voordat ik hem kon achterhalen, ineens rechtsaf sloeg was best jammer, maar het deed er eigenlijk niet zoveel meer toe. Het doet er ook niet toe dat ik waarschijnlijk tot januari 2009 niet meer kan lopen van de spierpijn. Wat er toe doet is dat ik mijn bladeren nog heb.

4 opmerkingen:

Anoniem zei

Haha, geweldig! Erg geestig stuk. Alhoewel het beeld van Hans Klok op een fiets in de wind wel erg desillusionerend is... Sterkte met je spierpijn.

Elin

Anoniem zei

Zo is hij waarschijnlijk wel ooit op dat kapsel gekomen!

Anoniem zei

Je zult het niet geloven, maar ik vind dat je enorme mazzel hebt.
"Maar na het zuur komt het zoet. Op de terugweg haal ik namelijk astronomische snelheden."
Ik heb vaak op de heen- én de terugweg wind tegen. Omdat de wint mij altijd weer de rug toekeert, zodra ik even van de fiets stap.

Anoniem zei

Rose, ben je wel aardig tegen de wind?